Achter de kleurentheorie: waar gaat ‘Leren veranderen’ over?

3 september 2019

Bron: Management Impact
Door: Hans van der Klis

Onlangs verscheen de derde en geheel herziene editie van Leren veranderen, exact twintig jaar nadat Léon de Caluwé en Hans Vermaak het boek voor het eerst uitbrachten. Deel 1 in een serie over dit toonaangevende boek over veranderkunde: waar bestaat het gedachtengoed eigenlijk uit?

Het heeft iets vreemds, Léon de Caluwé sprekend op te voeren in deze artikelenreeks. Op 9 juni dit jaar overleed hij, vlak voor de boekpresentatie in Amersfoort. Maar het interview met Léon had op dat moment al plaatsgevonden. Hij was trots op het werk van zijn coauteur Hans Vermaak, die in feite verantwoordelijk was voor de derde editie van Leren veranderen, het boek dat in 1999 voor het eerst verscheen maar ook in de jaren daarna zo’n belangrijke rol in hun leven als veranderkundige is blijven spelen. ‘Deze nieuwe editie is het werk van Hans’, zei hij. ‘Daarom hebben wij ook van plaats gewisseld: nu is Hans eerste auteur. En terecht. Ik denk dat hij er nog wel tien jaar mee door kan gaan. De theorie is in goede handen, hij doet het heel bekwaam.’

De Caluwé zag het schrijven van Leren veranderen als hun gemeenschappelijke, belangrijkste bijdrage aan het vak veranderkunde, en dan met name aan de theorieontwikkeling. ‘Onze theorie is ook geëvolueerd, met name in de eerste jaren na verschijning. We hebben veel feedback gekregen van andere veranderkundigen en hebben met de tweede editie uit 2006 een grote stap vooruit gezet. Dat boek staat voor mij eigenlijk nog steeds fier overeind. Maar ik ben blij dat wij de laatste jaren hebben kunnen werken aan de wetenschappelijke onderbouwing en aan het steeds beter begrijpen van de complexiteit.’

Aan beide was hem veel gelegen. Het eerste vanwege de wetenschappelijke erkenning voor hetgeen hij samen met Hans Vermaak tot stand had gebracht, het tweede omdat het hem stoorde dat sommige mensen de kleurentheorie uit Leren veranderen niet gebruikten om de meervoudigheid van vraagstukken te duiden, maar juist om deze ter vereenvoudigen. ‘Ieder model kan misbruikt worden door het plat te maken’, zei hij. ‘Maar de theorie is juist heel gelaagd.’

Twee poten
Die meervoudigheid is een van de twee pijlers onder Leren veranderen, legt Hans Vermaak uit, naast het ambacht. En die twee pijlers hebben elkaar nodig. ‘Het kleurendenken waarmee wij zoveel aandacht hebben gekregen, gaat over die meervoudigheid. Dat is de eerste pijler. Er bestaat niet een enkele waarheid waarmee je de wereld verklaren kunt. Dat idee is gerelateerd aan het postmodernisme, dat in de jaren negentig opkwam en zijn invloed overal heeft doen gelden. Ook in organisaties: organisaties kennen verschillende rationaliteiten, verschillende aspecten. Als je die gelaagde werkelijkheid niet ziet, begrijp je de organisatie niet.’

Dat besef is nog steeds geen vanzelfsprekendheid in de managementwereld of onder veranderkundigen, vervolgt Vermaak. ‘Nog steeds bestaat de neiging op zoek te gaan naar de nieuwe visie die dan de oude moet vervangen . Denk bijvoorbeeld aan een organisatie die in zijn geheel wil overstappen op netwerkdenken en de organisatie als “bureaucratie” in de ban doet. Dat vind ik moeilijk te begrijpen, want daarmee zou je van de ene eenzijdigheid naar de volgende gaan. Waar dus ook niets van terechtkomt. Onze stelling, al twintig jaar lang, is: iedereen die kiest voor één enkele nieuwe visie op de hele organisatie, heeft niet begrepen hoe de wereld in elkaar zit. Er is niet een nieuwe realiteit die alles dekt. De realiteit is gelaagd en meervoudig. Ik begrijp dat mensen dat een ongemakkelijk idee vinden, want de consequentie is dat je ook nooit één enkel antwoord op een vraagstuk kunt presenteren.’

De kleurentheorie is de uitwerking van dat idee en heeft zich met de verdieping van de theorie ook ontwikkeld: werden geeldruk, blauwdruk, rooddruk, groendruk en witdruk in de eerste editie nog gezien als stromingen waaruit je kunt kiezen, later beseften De Caluwé en Vermaak dat het overtuigingen waren, paradigma’s. En nu presenteren zij de kleuren als sociale constructies waarmee je moet spelen. Het is misschien wel het meest succesvolle onderdeel van Leren veranderen. Typerend is de kleurentest waarmee dagelijks mensen van over de hele wereld kijken wat hun eigen gekleurde voorkeursopvattingen zijn en daarover met hun collegae in gesprek gaan. Maar juist dit onderdeel leent zich ook voor de door de auteurs verfoeide versimpeling waarin mensen zichzelf of anderen kunnen stigmatiseren in een bepaalde kleur. De kern is niet dat je jezelf in een hokje duwt, maar je eigen overtuigingen, talenten, ontwikkeling, allergieën en dergelijke beter leert kennen hanteren.

Ambacht
Zonder het besef van de meervoudigheid, de complexiteit, kun je het ambacht van veranderaar immers niet goed uitoefenen, zegt Hans Vermaak. ‘Met het ambacht doelen wij op de vaardigheid steeds opnieuw stil te staan bij wat je precies wilt doen als je met een veranderopgaaf in de weer bent. Je moet je steeds weer opnieuw durven afvragen of je kunt doorgronden wat er speelt. Het is van belang net goed genoeg te analyseren, zodat je snapt wat voor actie effect kan hebben. Je onderzoekt het vraagstuk, je probeert de onderstroom te doorgronden en vervolgens probeer je te bedenken wat de meest krachtige aanpak is die je – gegeven de weerbarstigheden – kunt kiezen. Pas daarna werk je die in detail uit, om die cyclus vervolgens opnieuw te doorlopen. Als je bezig bent slaag je er immers steeds beter in het onderwerp te begrijpen, zodat je de cirkel opnieuw kunt rondgaan. Het is een iteratief proces: steeds beter begrijpen en analyseren, steeds passender antwoorden ontwerpen, steeds krachtiger handelen.’

Het kleurendenken, en het spelen met de verschillende kleuren, in combinatie met elkaar, zoals de meest ervaren veranderaars kunnen, helpt de verschillende perspectieven te zien. ‘De Franse filosoof Lyotard zegt dat je dingen niet kunt beschrijven, maar dat je ze alleen kunt omschrijven. Die gedachte sluit nauw aan bij het kleurendenken. Je krijgt het nooit helemaal te pakken. Dat klopt ook, dat doet recht aan de realiteit. Als je het helemaal precies goed zou kunnen doen, klopt het niet meer.’