Jasper de Wit, BMC-partner: “Waardevolle toepassing van data vergt menselijk interpretatievermogen”

6 juli 2018

De gereedschapskist van adviseurs neemt toe in omvang en diversiteit in het datatijdperk. Dat betoogde BMC-partner Jasper de Wit op de Ernst Hijmanslezing van de Raad van Organisatie Adviesbureaus (ROA).

In de lezing, met als thema Informatietechnologie, ging De Wit in op de drie D’s van het adviesvak, data, dansen met opdrachtgevers en droge humor. Met al deze drie elementen bieden adviseurs toegevoegde waarde aan hun opdrachtgevers, meent hij.

Data

“Adviseurs ontkomen in mijn ogen niet aan de paradigmaverschuiving op het gebied van digitale zichtbaarheid, datadenken en datagedreven adviseren. Onze gereedschapskist neemt toe in omvang en diversiteit. Terwijl de adviesbranche gewend is anderen te helpen veranderen, schuilt het grootste gevaar vaak in de verandering die wij met elkaar moeten doormaken om relevant te blijven. In mijn ogen hebben data en de toenemende informatiestromen op drie manieren invloed op ons werk: de wijze waarop wij gevonden en beoordeeld worden, datagebruik bij onze opdrachtgevers en de toepassing ervan in onze opdrachten, die iets vragen van onze datavaardigheid als adviseur.”

Data is een van de grote smaakmakers in de huidige adviesbranche, kijkend naar ontwikkelingen als blockchain, artificiële intelligentie en Internet of Things. Hoewel belangrijk, acht De Wit data met name geschikt als hulpmiddel. “Waardevolle toepassing van data vergt menselijk interpretatievermogen. De datamogelijkheden zijn eindeloos. Dat betekent voor ons dat wij samen met de opdrachtgever heel bewust aan de voorkant moeten nadenken: wat zijn de vragen, wat is de vraag achter de vraag, hoe ziet de context eruit, welke relevante data kunnen bijdragen aan het vinden van een oplossing?”

Dansen met opdrachtgevers

Als adviseur moet je ook kunnen dansen. De Wit gebruikt dans als illustratie van de relatie met de opdrachtgever. “Dat dansen moet een beetje in je zitten, maar de basisstapjes zijn altijd te leren. In mijn ogen draait het erom met onze opdrachtgevers samen het type dans te bepalen, het ritme af te stemmen op de ander en bovenal: vooruit te komen, met soms een stapje terug of opzij. Waarbij we er niet aan ontkomen soms op elkaars tenen te staan, soms als een razende over de dansvloer te schieten en soms ook even afgetikt te worden. Misschien omdat je professioneel ongemakkelijke vragen stelt, misschien omdat andere dansers net even beter bij de specifieke vraag passen. Het gaat om menselijke samenwerkingsvaardigheden. Het gaat om steeds complexere vraagstukken door de diversiteit van de spelers. Vraagstukken die steeds minder vaak door één individu of organisatie opgelost kunnen worden. Het gaat ook om de durf om te benoemen en te vernieuwen.”

Droge humor

De laatste D die De Wit aanstipt is droge humor. Een element dat van niet te onderschatten belang is voor een adviseur, meent hij. “Onze opdrachten draaien veelal om mensen. Soms om mensen met ogenschijnlijk tegengestelde belangen. Er komen steeds meer spelers op het speelveld, en in een netwerkgeoriënteerde omgeving is van formele hiërarchie vaak geen sprake meer. Ecosystemen leiden ertoe dat de grens tussen ‘binnen’ en ‘buiten’ steeds lastiger te trekken is. Dat leidt tot een nieuwe vorm van complexiteit. Wanneer er sprake is van verstoorde verhoudingen door bijvoorbeeld belangentegenstellingen, kan de rol van de externe (proces)adviseur daadwerkelijk en wezenlijk het verschil maken. In onze gereedschapskist zit ook humor. Humor helpt om in groepen het onbespreekbare bespreekbaar te maken, om spanning te verlichten en om een nieuwe onderstroom van energie aan te boren.”

(Bron: M&C)

De website van de Ooa is vernieuwd! Wat vind je er van?
Beoordeel hieronder de website met een klik op de knop.

 Goede website  Geen goede website

Dat is jammer om te horen! Help ons om de website te verbeteren. Vul hier je problemen met de website in en wij gaan ons uiterste best doen om het beter te maken!

Laat hier je mailadres achter, zodat we voor eventuele vragen contact met je op kunnen nemen.