Column Simon van der Veer; Leden BBQ 22 juni 2018

26 juni 2018

Bijdrage Ooa ‘huiskamer restaurant’
Door Simon van der Veer

Beste mensen,

Ik ben uitgenodigd om een ander geluid te laten horen in de vorm van een “column”. Een tegendraads geluid. En mocht iemand denken dat ik mezelf als organisatieadviseur te serieus neem, wees dan gerust. Vandaar deze rode neus. Als ik iets of iemand ter discussie wil stellen dan is het wel mezelf. Ik breng zodoende een geluid met een knipoog en een kwinkslag.

In aanloop naar vanmiddag toe ben ik mij gaan afvragen: Wat moeten jullie als doorgewinterde en ervaren adviseurs met dit betoog? Maar ook hoe heeft dit impact op de noeste manager of professional die maandag met zijn poten in de klei staat en voor wie wij van betekenis willen zijn? Daarom deel ik dit voor de adviseur die houdt van de mouwen opstropen en geen woorden maar daden, wat kan ik dan met deze inzichten in de adviespraktijk van alledag? Want die is vaak ook morsig, onaf, rafelig. Niet altijd mooi, maar wel de moeite waard. En juist omdat die praktijk de moeite waard is, doet het ertoe om dit betoog ook handen en voeten te geven. Want Kurt Lewin zei het al treffend: “Er is niets zo praktisch als een goede theorie”.  

Mijn ‘column’ bestaat uit drie delen. Ik maak eerst verbinding met wat ik nu juist zie in de actualiteit. Vervolgens neem ik jullie mee in een dreigend gevaar en daarvan wil ik jullie bewust maken, want daar ligt een belangrijke taak voor ons. En tenslotte eindig ik, zoals een goede consultant betaamt, met een implementatieplan. Immers voor elke fool een tool.

Allereerst dus, de actualiteit. Startend met de economie. We zitten in de spreekwoordelijke lift met elkaar. Bedrijven hebben meer te besteden, afgelopen week werd ook duidelijk dat nu eindelijk ook de salarissen van de werknemers gaan stijgen. Dus iedereen pikt een graantje mee van deze opwaartse economie. Duurzame groei is nu de heilige graal. En Benchmarks en Business Modellen zijn de taal en tools om die felbegeerde groei zowel na als aan te jagen. 

Aan ons als adviseurs om onze klanten met beide benen op de grond te houden. Om Koning Midas-achtige reflexen en 50% salarisverhoging van ING-koning Ralph Hamers en zijn apostel Jeroen van der Veer in toom te houden. De buitenwereld verandert sneller dan we kunnen bijbenen, of is dat de boodschap die we onze klanten steeds voorhouden, zodat ons verdienmodel is verzekerd en we onze eigen boterham veilig stellen. Want hoeveel veranderd er nu werkelijk?  

Maar hoe dan ook: het gaat goed. Opdrachtgevers hebben meer budget. De consultancy markt groeit als nooit tevoren. De partners van Deloitte en de Big Four zien hun management fees elk jaar exponentieel toenemen (ik betwijfel of dat ook voor hun geluksindex geldt en telt). Kortom: de adviesbranche heeft een stevige wind in de rug. 

En we hebben zelfs alle tijd om met elkaar over futiele zaken van gedachten te wisselen. Zo viel mijn oog op een LinkedIn vraag van gewaardeerde collega Jaap Boonstra en dat hij een alternatief zocht voor het woord “interventie”. Hij kreeg bergen aan reacties en het was even “trending topic” in ons vak. Zo goed gaat het blijkbaar met ons, dat we ook voor die discussies alle tijd hebben.

Binnen organisaties dreigt er echter ook gevaar. Groot gevaar zelfs, mag ik dat zeggen? Ja dat mag ik zeggen. En dit wordt nog eens aangewakkerd door de grote stroom aan ‘managementboeken’ die overigens zelden door managers worden geschreven. Maar dat terzijde. Binnen dat organisatielandschap is er een gevaarlijke opkomst van radicalisering. Er ontstaan steeds meer fundamentalisten. Zien wij wel dit gevaar? Treden we er tegen op of gaan we er gedwee in mee? Want onze rol is juist om tegenwicht te bieden. Die radicalisering is namelijk ook een voedingsbodem voor kwakzalvers, beunhazen, opportunistische proposities en one-trick-pony’s in ons mooie vak.

U denkt misschien: ‘radicalisering…waar heeft die vent het over’. Ik zal het u zeggen: er is een ware rage aan nieuwe manieren van werken. En dit zijn religieuze dekmantels om het kritisch denkvermogen van mensen te ontmantelen. De religie doet zijn intrede in organisatie, en daarmee ook de radicalisering.

En wij als adviseurs moeten juist agnostisch blijven, bij voorkeur atheïst, zodat we het cliëntsysteem goed van dienst blijven en niet louter de opdrachtgever. Echter wij als adviseurs doen soms net zo populair mee aan deze religies en radicalisering, want door mee te praten, heb je aansluiting en mogelijk weer een mooie opdracht. Het glimmende goud waar Koning Midas zo verzot op was, lonkt ook voor ons dan.

De religie om die nader uit te leggen. Collega Gyuri Vergouw schreef vorige week een mooi artikel over Spiritualiteit in organisaties. Onze behoefte aan spiritualiteit werd vroeger ingevuld door het kerkgenootschap waar men al dan niet actief lid van was. Pastoor of dominee waren de levensgidsen, de zingeving was helder: geloof, gezin, werk. De biechtvader is echter nu vervangen door een ‘coach’. De invloed van kerk en religie zijn sindsdien sterk verminderd, onze behoefte eraan blijkbaar niet.

Op deze manier gaat de organisatie van werkgemeenschap ook steeds meer als ‘kerk en geloofsgemeenschap’ functioneren. Mensen zoeken daar ook zingeving in hun manier van werken. En massaal worden ‘oude traditionele’ manieren van werken ter discussie gesteld. Van profit naar purpose. Van controle naar vertrouwen. Van dashboards naar drives. En van MT-sturing naar zelfsturing. Dat is de taal dan van het nieuwe bedrijfsgeloof. 

Hoe ontstaat zo’n bedrijfsgeloof? Na jaren van droogte wil men verlossing. En dan komen er ‘profeten’, lees goeroes, adviseurs en ondernemers met een succesverhaal. Denk aan Ricardo Semler met ‘Semco-style’ of onze knuffelgoeroe Wouter Hart met ‘Terug naar de bedoeling’ die schetsen ons het beloofde land. En je hebt succesvoorbeelden en knuffelcases zoals Buurtzorg Nederland, en dat geeft die verlossende boodschap credibility.

Directeuren, opdrachtgevers, managers, adviseurs ‘dopen’ zichzelf vervolgens onder in deze nieuwe manier van werken en ze worden fanatiek in het nieuwe bedrijfsgeloof, en vervolgens radicaliseren ze.

Ik was vorige week bij een IT-bedrijf en de directeur was enkel en alleen nog aan het coachen. Hiërarchie was oud en fout. Niks werd meer van bovenaf besloten of bestuurd, enkel “persoonlijke ontwikkeldoelen” en “100% vertrouwen”. Niet 90% maar 100%. Geen functies meer, maar rollen. Elke andere mening of kritische vraag over de organisatie werd niet meer ‘gehoord’. Hij was letterlijk en figuurlijk er heilig van overtuigd dat dit de succesformule was en waar geen ruimte meer is voor discussie.  

De directeur wordt zo een coachende dominee, bij Randstad noemen ze het zelfs “beliefs” en er is zo een nieuwe bijbel vanuit de boardroom.

Waaraan merk je dat het radicaliseert?

Zoals gezegd: men is er letterlijk en figuurlijk heilig van overtuigd en staat continu op de (s)preekstoel om het nieuwe geloof te prediken. En die eenzijdige overtuigingsdrang zorgt voor dogmatische enthousiasme, waardoor men niet meer nieuwsgierig is naar andere en meer kritische geluiden. Ze gaan als missie-onaris (dus niet missionaris) op ‘missie’ door het hele bedrijf. En ze doen alsof ze lerend en onderzoekend zijn, maar zijn het allang niet meer. Hun bedrijfsgeloof = het nieuwe werken = het geloof. Tegenstellingen worden benadrukt om het geloof goed te positioneren. Controle is dom en vertrouwen is slim. Macht mag niet, zelfsturende teams zijn in. Autoritair leiderschap is niet meer van deze tijd, je moet dienend en coachend zijn.     

Door het fanatisme worden voor- en tegenstanders gecreëerd: geloof je mee of niet? En de kritische groep ‘slikt’ zijn commentaar in, doet voor de schijn mee of ze verlaten het bedrijf.

Je herkent religieuze bedrijfstaal aan woorden als: het hoger doel. De kernwaarden gaan als nieuwe “geboden” en selectiebeleid werken. Leiderschapsprogramma’s zijn wasstraten om mensen nieuw denken en doen aan te leren. En je hebt ‘interne discipelen’, dat zijn al die coaches met ‘belts’ en ‘master titels’. Zij kennen het beloofde land en gidsen mensen daar naartoe. Langzaamaan word je door al die taal, coaches en programma’s gehersenspoeld als management en medewerkers.

De cultuurexpert Edgar Schein zei het al treffend: “elk leerproces is een gevolg van indoctrinatie”. Dat klinkt natuurlijk weer niet fijn, omdat we in een maatschappij leven waarin de trend is “eigen regie” en “keuzevrijheid”. Maar binnen een organisatie wordt het nieuwe bedrijfsgeloof echt ‘afgedwongen’. Mensen worden beïnvloed met de juiste rolmodellen, de informatiestroom wordt gevoed met veel positieve argumenten voor de nieuwe werkwijze/geloofswijze te geven en ze te belonen als ze het goed doen. En te ‘straffen’ door

enige vorm van kritiek met veel enthousiasme en power te ‘overtuigen’ c.q. erin mee te gaan.

Het implementatieplan

1. Frank Zappa zei het al: “The mind is like a parachute. It doesn’t work unless it is open”.

Durf openlijk te twijfelen. ‘Geeft het zin en heeft het zin?’. Blijf niet op de tribune van je eigen denken zitten, maar stap het veld op en wakker de twijfel aan. Zoals filosoof Diogenes zei: “we zijn nieuwsgieriger naar de betekenis van onze dromen dan naar de dingen die we zien als we wakker zijn”. Wees wakker en wakker de twijfel met vragen aan. 

2. “Lets move into action before its figured out”

Zoals de oude Griekse filosofen al deden: ga wandelen. Niet out-of-the-box, maar out-of-the-office. Ga erop uit. Vergeet de daily stand-ups van nieuwe werkwijzen zoals Scrum of Lean. Vergeet die stand-ups en doe waking-up by walking-up. Ga naar buiten met je opdrachtgevers, snuif de lucht op, voel de wind. Als je in airco gedreven kantooromgevingen zit is het al snel verleidelijk om je te laten indoctrineren. Moeder Natuur is nodig om frisse wind door ons hoofd te laten waaien en onze besluiten. 

3. Ga het ongemak aan! Want: wie vrede wil, bereidt u voor op oorlog. Maar weet daarbij: hoe transparant willen en durven we eigenlijk te zijn als adviseurs? Theo Maassen, de cabaretier, deed hiermee een mooi live-experiment met zijn publiek. Hij zei: “we kennen allemaal bedrijfsplannen met kernwaarden zoals openheid, feedback en transparantie”. Laten we daarom hier een tijdelijke organisatie met elkaar afspreken. En steek je hand omhoog als je voor de kernwaarde bent van “open, eerlijke en transparante cultuur”. Iedereen deed dat natuurlijk. Vervolgens stelde hij de vraag: “Wie kijkt er wel eens porno?”. Je kunt raden wat er gebeurde. Daarom: durven we het aan om in woorden van Andre Wierdsma “de plek der moeite” te betreden?

4. Laten we het vakmanschap met elkaar vieren maar elkaar ook stevig de maat nemen. Gaan we het taakconflict aan of laten we die dwarsbomen door het potentiele relatieconflict?

Daarom de drie vrolijke V’s van vakcollega Hans Vermaak in mijn eigen woorden. Vecht voor je vak: wat gaat je nauw aan het hart en wat is ook onbespreekbaar qua ondergrens? Vakcollega’s: met wie ga ik dit gevecht aan? Alleen zorgt namelijk voor blikvernauwing en de ‘compentietrap’ dat je je eigen ‘succesformules’ blijft herhalen, zonder die nog kritisch op effectiviteit te toetsen. En de V van het Verschil willen maken: je wilt een stempel achterlaten en mooi en betekenisvol werk doen. Kortom: sta je met de poten in de klei, stel jezelf dan de drie vrolijke V’s als vragen en word je er dan vrolijk van?

5. In het beroemde boek Het leven van Pi wordt tenslotte al de oplossing aangereikt voor radicalisering. De hoofdpersoon is een 16-jarige  jongen die woont in India. Hij wordt als hindoe geboren, maar leert ook de islam en het christendom kennen en combineert ze alle drie in zijn leven. Kortom blijf onderzoeken en de tegendraadsheid aanmoedigen om niet te radicaliseren in één geloof, maar vooral te combineren. Blijf lichtvoetig, maar niet lichtzinnig.

We zijn aan het eind. Het implementatieplan is er met vijf vuistregels. Maar oud-politicus en PvdA-lid Jan Scheafer zei het al “in gelul kun je niet wonen”. En dat was dit toch ook: gelul. Daarom laten we al denkend, twijfelend, vragend, onderzoekend in het ‘doen’ ontdekken wat we als adviseurs te ‘doen’ hebben. Veel dank voor uw aandacht en nu is mijn gelul klaar, en nu is het aan u, want in woorden van de filosoof Seneca: “wie het heden verprutst is slaaf van zijn toekomst”.