Johan van Triest: “De ROA moet gaan staan voor het vak”

22 januari 2018

Door Niels Vlot - Johan van Triest is de nieuwe voorzitter van de Raad van Organisatie Adviesbureaus (ROA). Hij neemt het stokje over van Michael van der Velden. In gesprek met Management & Consulting over zijn nieuwe voorzitterschap en de uitdagingen voor BMC, spreekt hij de ambitie uit om het imago van de ROA te voorzien van nieuw elan.

Per 1 januari bent u de nieuwe voorzitter van de ROA. De organisatie, maar ook andere belangenverenigingen kampen met een afkalvend ledenbestand. Hoe gaat u dat tij keren?

“De ROA is de afgelopen jaren bezig geweest om van een traditionele vereniging met hoge toelatingseisen een netwerk van organisatieadviesbureaus te worden. Wat ons bindt zijn onze opvattingen over hoe het vak moet worden uitgevoerd. Daar horen richtlijnen bij. Dat is vanaf het begin af aan al belangrijk voor de ROA en dat is nog steeds belangrijk.”

Leden die de afgelopen tijd zijn vertrokken bij de Raad zijn partijen met internationale ambities, bijvoorbeeld PwC en Berenschot. Waarom is dat?

“Er zijn leden die komen en leden die gaan. Er zijn een aantal spelers zijn die aangeven dat het lastig is om de richtlijnen van ROA bij internationale activiteiten praktisch toe te passen. Ze geven aan dat de ROA jarenlang een soort scheidsrechter is geweest. Ik wil dat de ROA meer gaat staan voor het vak, een vertegenwoordiger én initiatiefnemer van de branche is.”

Wat zijn de ontwikkelingen en bedreigingen voor het adviesvak?

“Wij zien een toenemende behoefte aan het snel inzetten van multi-talenten, goed opgeleide mensen. Tegelijkertijd hebben bedrijven groeiambities, wat leidt tot overnames en samenwerkingen. Daar heeft men graag een organisatieadviseur bij. En dat leidt tot een enorme groei van het aantal bij de Kamer van Koophandel geregistreerde adviesbureaus. Als ROA maken we ons zorgen over de vraag of iedereen zich terecht adviseur noemt. Die titel mag iedereen voeren, want het is een open markt.  Toch moeten we als vereniging daarin een dominantere rol gaan spelen. We moeten nadrukkelijk in gesprek met elkaar blijven over de markt en de trends. Ik wil deze onderwerpen telkens agenderen als het netwerk samenkomt. Bijvoorbeeld bij het Captains Dinner met directeuren, maar ook dwars door de sector heen met het Young Consultants Network – voor jonge consultants tot 35 jaar. Daar verwachten we ook veel van. Vroeger was de ROA de club van de richtlijnen en de club van de directeuren. Nu zijn we er veel meer voor alle adviseurs, jong en oud, die bij verschillende bureaus werken.”

Uw termijn is net van start gegaan en loopt twee jaar, met de mogelijkheid tot nog een termijn. Waar staat de ROA als u na uw termijnen de voorzittershamer neerlegt?

“Ik hoop dat er tegen die tijd een betere basis onder de vereniging is gelegd. Dus dat er meer mensen en bedrijven participeren in ons netwerk. We willen een beeldbepalende rol innemen waar het gaat om vraagstukken die spelen binnen de sector. Een vraagstuk is bijvoorbeeld hoe bedrijven zich klaar maken voor de ontwikkelingen op het gebied van informatie en data? Maar ook flexibele inzet van kwalitatief hoogwaardig personeel, wet- en regelgeving met betrekking tot de wet DBA en de regulering van de topinkomens willen we ons bemoeien. Als ROA willen we over die thema’s in gesprek met regelgevers en bedrijven.”

U bent directeur van BMC Advies. Het kantoor is vorig jaar overgenomen door Randstad-dochter Yacht. Heeft de overname consequenties voor de positie van BMC binnen de ROA?

“Nee. BMC blijft een zelfstandig bedrijf en blijft lid van de ROA. Maar het is wel onderdeel van de Yacht Group geworden.”

De integratie van BMC in Yacht Group is in volle gang. Zo is er een nieuw management met Lieke Schepers als nieuwe directeur. Wat wordt de rol van BMC binnen Yacht?

“Yacht is een organisatie die van oudsher actief is in HRM-diensten. Yacht levert hoogwaardige interim-professionals en is goed in het vinden van en binden van professionals waarmee bedrijven de beoogde verandering en ontwikkeling kunnen realiseren. BMC doet dat ook, maar zit meer aan de kant van praktijk in de publieke sector. BMC’ers hebben passie voor die sector en zijn gedreven voor leerling, cliënt  en burger. Wij implementeren het adviesconcept dat we hebben uitgebouwd. BMC helpt daadwerkelijk met de realisatie van het concept en verbindt denken en doen in partnerschap met de opdrachtgevers.”

Voor een gedeelte overlappen de activiteiten van Yacht en BMC elkaar. Gaat dat voor botsingen zorgen?

“BMC blijft als label sterk in de publieke sector. Yacht is ook sterk in de private sector, maar blijft ook in de publieke sector actief. Als onderdeel van Yacht kunnen we ook de opdrachtgevers in de private sector van advies gaan voorzien. En Yacht kan, omdat het nu een adviesbureau tot zijn beschikking heeft, klanten nog beter bedienen. Er zijn dus twee uitdagingen: hoe kunnen we de interimmer en BMC beter aan elkaar koppelen in de publieke sector en hoe kunnen we Yacht Consultancy beter maken door gebruik te maken van de expertise van BMC?”

Wat zijn trends in de samenleving waar de consultancy- en interim-markt van kan profiteren?

“Er is een verdere decentralisatie gaande in de publieke sector. De verantwoordelijkheid gaat van de overheid naar maatschappelijke partners in de regio: de gemeenten en provincies. Dat leidt tot verbindingen met ondernemers, de arbeidsmarkt, onderwijs, gemeenten en de zorg. Ook zal de vergrijzing doorzetten. Die ontwikkeling gaat samen op gaat met een toenemende behoefte aan uitvoeringskracht bij het decentralisatievraagstuk. Het zijn lastige verantwoordelijkheden voor regionale overheden, die nooit eerder dat varkentje gewassen hebben. Ik verwacht dat daar een groot beroep op adviesbureaus gedaan zal worden.”

Hoe speelt BMC in op deze trends?

“Door de regio te ondersteunen in bestuurskracht en uitvoeringskracht. We leveren talenten die de veranderingen kunnen realiseren. Maar we denken ook na over andere modellen, over veranderkundige en strategische modellen. Zo investeren we in kunstmatige intelligentie en in allerlei applicaties die grote hoeveelheden data verwerken. Zo kunnen we onze opdrachtgevers beter ondersteunen. Bijvoorbeeld de gemeenten, die worstelen met de vraag hoe ze in een concurrerende omgeving aan de beste ambtenaren komen met verstand van bedrijfsvoering, sturing, infrastructuur, maatschappelijke vraagstukken en zorg. Wij hebben inzicht in de regio: in de politiek, in wat voor mensen er wonen, in welke opleidingen er zijn en in wat de concurrenten doen. Met een applicatie kunnen onze consultants de positie van onze cliënten op de arbeidsmarkt bepalen. Dat zijn echt HRM-concepten, waar Yacht en BMC samen gebruik van maken. We investeren dus enorm in data, maar ook in de mensen die de oplossing kunnen implementeren. Want uiteindelijk wordt verandering op basis van opvattingen en waarden door mensen bewerkstelligd.”

Bron: M&C.nl