Mijn Ooa - Inloggen
  1. Wachtwoord vergeten?

Gedragscode

Download hier:

Herziening Gedragscode organisatieadvies

In 2012 hebben de ROA en Ooa een begin gemaakt met de herziening van de gedragscode.
De kerncode en het tuchtrecht zijn inmiddels gemeenschappelijk gemaakt met die van de interim managers en de informatiekundigen. De gemeenschappelijke kernwaarden zijn: (1) deskundig, (2) betrouwbaar, (3) zorgvuldig en (4) professioneel onafhankelijk.
In vervolg daarop hebben de algemene vergaderingen van de Ooa en ROA de vernieuwde gedragsregels goedgekeurd. De belangrijkste wijzigingen lichten we toe in dit artikel.

Aanleiding
In gesprekken met leden van de Ooa en met medewerkers van ROA-bureaus ervaren we doorgaans beperkte interesse in de gedragsregels. Gaat het gesprek over de waarden van het vak, dan is het enthousiasme aanzienlijk groter. En ja, kernwaarden zijn belangrijker dan gedragsregels.
Toch zijn die gedragsregels van belang, ze onderscheiden het kaf van het koren in de markt en ze geven invulling aan de kernwaarden.
Die invulling van de vier kernwaarden is niet in beton gegoten en vraagt om regelmatige herijking op de ontwikkelingen in het vak en in de maatschappij. Het organisatieadviesvak ontwikkelt zich continu en ook de maatschappelijke opvattingen over de ethiek van professionals zijn sterk in beweging; de kranten staan er vol van. De hernieuwing van de kerncode en het tuchtrecht leverde een momentum voor modernisering van de gedragsregels.
Bij de wijziging is het uitgangspunt gehanteerd dat de nieuwe gedragsregels meer normstellend en minder voorschrijvend zullen zijn. Achterhaalde, overbodige en/of in de praktijk niet werkbare bepalingen zijn geschrapt of geactualiseerd. Daarnaast zijn de  nieuwe gedragsregels nu beter herkenbaar als uitwerking van de vier kernwaarden .

De belangrijkste wijzigingen
Een in het oog springende wijziging betreft de omvang en de structuur. In omvang is 40% gereduceerd (van vijf naar drie A4). In de nieuwe code staan de vier kernwaarden uit de kerncode centraal, deze worden voorafgegaan door slechts zeven bepalingen over doelstelling en reikwijdte.
Het meer normstellende karakter blijkt meteen al uit het eerste artikel:
"De ROA / Ooa-leden leveren in alles een behoorlijke dienstverlening en houden het aanzien van de beroepsgroep en van het vak hoog" tegenover "dienen zich te onthouden  van hetgeen het aanzien van de beroepsgroep of het organisatieadviesvak schaadt of zou kunnen schaden".

In de gedragsregels bij de kernwaarde deskundig is opgenomen dat de adviseur ook in het offertetraject bij zichzelf te rade gaat of hij inderdaad de geschikte persoon is voor de opdracht, zowel wat betreft inhoudelijke kennis als wat betreft vaardigheden en competenties. Het is bedoeld als een ‘zelf-fit and proper-test’. Met de gekozen formulering ligt de verantwoordelijkheid voor de uitkomst van de toetsing nadrukkelijk bij de adviseur zelf. Door dit op te nemen in de code moet hij zich daarvoor in voorkomende gevallen kunnen verantwoorden!

In het hoofdstuk over de kernwaarde betrouwbaar is onder meer een artikel over opdrachtaanvaarding, honorering en -uitvoering opgenomen. Dat artikel is in vergelijking met de huidige code verkort van 18 naar 9 leden. De eis dat een opdracht schriftelijk wordt vastgelegd komt te vervallen. Het woord schriftelijk is vervangen door expliciet. Op de adviseur rust dus de plicht om, indien noodzakelijk, te bewijzen hoe de opdracht luidde. Het spreekt vanzelf dat een schriftelijk geformuleerde opdracht de voorkeur verdient, maar de adviseur handelt niet meer in strijd met de gedragscode als de opdracht op een andere manier dan op papier is geëxpliciteerd.
De kernwaarde zorgvuldig is uitgewerkt in gedragsregels over integriteit, het oordelen over personen, personeel van de opdrachtgever en collegialiteit.
Het belang van integriteit en bewustzijn van het eigen doen en laten wordt benadrukt (in de nieuwe gedragsregels geldt dat overigens ook bij het verwerven van mogelijke opdrachten). Anders dan in de oude versie, stellen de nieuwe gedragsregels het belang van de opdracht centraal, niet meer dat van de opdrachtgever. De adviseur dient rekening te houden met de wensen, verwachtingen, rechten en belangen van álle bij de opdracht betrokkenen. De maatschappelijke verantwoordelijkheid komt naar voren in het artikel dat de adviseur zich bewust is van de (bij)effecten van zijn activiteiten. Hierbij gaat het niet alleen om maatschappelijke verantwoordelijkheid in de betekenis van duurzaamheid, maar ook om bewustzijn van mogelijk perverterende parameters in de bedrijfsvoering van de opdrachtgever.

Het oordelen over personen (het artikel waar de meeste tuchtzaken over gaan) is geregeld in een apart artikel. In de oude versie is deze bepaling wat weggedrukt tussen bepalingen over de omgang met vertrouwelijke informatie. In de nieuwe versie krijgt dit artikel de nadruk die het in de uitvoeringspraktijk ook heeft.

De artikelen over collegialiteit zijn aanzienlijk ingekort en leggen de focus op het belang van de opdrachtgever: bij eventueel belangenconflict tussen dienstverleners staat het belang van de opdracht voorop.

Aan de gedragsregels over professioneel onafhankelijk is een extra bepaling toegevoegd. Deze houdt in dat de adviseur als opdrachtverantwoordelijke de professionele onafhankelijkheid respecteert van zijn opdrachtuitvoerders. Dit is van belang, nu sinds het nieuwe tuchtrecht ook medewerkers, respectievelijk derden die hij inhuurt voor de uitvoering van (een deel van) de opdracht zich dienen te houden aan de gedragscode.
De gedragsregels over professionele onafhankelijkheid zijn ook van toepassing op de interne adviseur.
Dus, ook de interne adviseur vermijdt belangenverstrengeling en zorgt ervoor dat hij zijn (des)kundigheid onbelemmerd kan inzetten. Hij aanvaardt geen opdracht, of beëindigt een lopende opdracht als onafhankelijke oordeelsvorming tijdens de opdracht niet mogelijk is. Pas als zijn leidinggevende hem opdraagt de opdracht tóch te aanvaarden of voort te zetten, is de interne adviseur verschoond. Die situatie kan zich ook voordoen bij de adviseur, die in dienst is van een bureau…

In de huidige gedragsregels wordt gesproken over ‘de schijn van’ belangenverstrengeling. In de nieuwe versie is het woord schijn geschrapt. In de huidige netwerksamenleving zit de toegevoegde waarde van adviseurs (mede) in hun professionele relaties. Schijn van belangenverstrengeling is er in een klein land als Nederland al heel snel. Met de nieuwe regels is het aan de adviseur om aan te tonen dat hij zijn kennis en kennissen inzet voor de opdracht, niet voor zichzelf.

Tot slot
De nieuwe regels zijn van kracht voor opdrachten die op of na 1 juli 2014 beginnen.

Vragen over / n.a.v. de gedragscode kunt u per e-mail richten aan het secretariaat van de Ooa.

Boks 4.0

In onze Body of Knowledge and Skills (BoKS) worden de kenmerken en elementen van het adviesproces en de adviespraktijk beschreven.

Lees meer >>

Certificering voor leden (CMC)

Een Certified Management Consultant (CMC) is een ervaren interne of externe adviseur die de internationaal erkende certificeringsprocedure voor organisatieadviseurs heeft doorlopen. Het predikaat CMC maakt deel uit van afspraken over kwaliteitswaarborging van het organisatieadviesvak gemaakt in ICMCI-verband.

Lees meer >>

 

Accreditering van bureaus (ACP)

We zijn niet alleen sterk in het beoordelen op individueel niveau. Ook bureaus kunnen bij ons terecht voor toetsing. We bieden accreditering aan met betrekking tot de professionale standaard en de gedragscode die bureaus van haar adviseurs verlangt.

Lees meer >>