Ooa plus ROA is NOA?

23 november 2020
Mark van Twist
Mark van Twist
Bekijk profiel

Sommige dingen zijn historisch verklaarbaar, maar daarmee nog niet ook toekomstbestendig. Ik denk daarbij aan zaken die vanuit het verleden heel goed te begrijpen zijn, maar die daarmee niet vanzelf ook de beste kansen bieden voor de toekomst.

Een mooi voorbeeld daarvan vind ik zelf dat we in Nederland sinds begin jaren zeventig (toen de bureaus zich afsplitsten) zowel de Orde voor organisatiekundigen en -adviseurs (Ooa) als de Raad voor Organisatie Adviesbureaus (ROA) kennen als vertegenwoordigers van het adviesvak.

Op zich kan ik best begrijpen dat de bureaus zich op enig moment onvoldoende vertegenwoordigd hebben gevoeld als onderdeel van de Orde en daarom besloten zich af te splitsen in een eigen Raad, met als gevolg twee aparte verenigingen voor adviseurs en voor adviesbureaus. Maar dat was vroeger…

Inmiddels leven we in een andere tijd waarin het merendeel van adviesbureaus is doorontwikkeld tot netwerkorganisatie, waardoor de scheidslijn tussen adviseurs met en zonder dienstverband steeds dunner is geworden. Tegelijk zien we dat veel zelfstandig adviseurs in de loop der jaren aansluiting hebben gevonden bij (al dan niet digitale) platform-organisaties die hen een gedeelde thuisbasis bieden of (op meer of minder structurele basis) samenwerking zijn aangegaan met bureaus.

Met andere woorden, de grens tussen adviesbureau en adviseur en de afstand tussen organisatie en professie is in de loop der tijd steeds minder scherp geworden. Zou dat voor de Raad en de Orde dan ook niet verstandig zijn?

Het lijkt erop dat de wijze waarop we de verenigingen hebben georganiseerd achterloopt op wat er speelt in de praktijk van onze leden. En daar komt nog iets bij, naar mijn idee.

Als bestuur van de Ooa zijn we druk doende met een ingrijpende vernieuwing. Zo zijn we bezig de financiële huishouding weer goed op orde te krijgen, het verenigingsmanagement te vernieuwen en via de ‘innovation journey’ de positionering en het profiel van de vereniging aan te scherpen. Daarbij komt dat wij als Ooa gerust trots kunnen zijn op prachtige activiteiten en initiatieven die ook voor leden van de ROA meerwaarde zouden kunnen bieden, zoals de Ernst Hijmanslezing, de prijs voor het boek van het jaar, de professionele organisatie van de intervisie, het schemabeheer van de CMC-titel, de wetenschappelijke raad die de verbinding met de academische wereld vertegenwoordigt, etc.  

De ROA is druk met een vergelijkbare vernieuwingsslag. Niet alleen zijn hier uitgaven en inkomsten beter met elkaar in evenwicht gebracht, ook is de ROA-gedagscode vernieuwd en is het tuchtrecht anders ingevuld. Verder kan de ROA bogen op het Consulting Captains Network en op het Young Consulting Netwerk; een levendig en uitgebreid verband van jonge adviseurs dat prachtige activiteiten organiseert en waar naar mijn idee een verbinding met de Orde eigenlijk heel logisch zou zijn. 

Mede in dat licht heeft het bestuur van de Ooa besloten om eind dit jaar eens vrijblijvend met het bestuur van de ROA te verkennen of er meerwaarde schuilt in een (meer of minder vergaande) verbinding tussen beide verenigingen. Ook de meest vergaande optie is daarbij geen taboe: wat als de Ooa en de ROA samen zouden opgaan in de NOA (hèt netwerk voor organisatieadviseurs)?

Natuurlijk is ook uw visie als lid van de Orde in dat kader van het grootste belang! Mail daarom vooral uw inzichten en opvattingen over deze eerste verkennende besprekingen naar secretariaat@ooa.nl. Het bestuur zal er met belangstelling kennis van nemen en deze zeker meewegen in de aankomende besprekingen!