Hoe divers zijn wij?

1 april 2019
Theo Hermsen
Theo Hermsen
Zelfstandig ondernemer
Bekijk profiel

Onlangs publiceerde minister van Engelshoven van Emancipatie een lijst met bedrijven die nog onvoldoende vrouwen aan de top hebben. Op nationale vrouwendag notabene! De reden voor deze ‘naming and shaming’ is dat bij wet een streefcijfer is vastgelegd van 30 procent vrouwen in topfuncties in 2020. Want wat blijkt: van de 200 grootste Nederlandse bedrijven voldoen slechts 13 bedrijven hieraan. Waaronder ING, KPN, Ahold en Randstad.

De minister heeft in de wet vastgelegd dat de top van bedrijven het goede voorbeeld moeten geven. Het is waanzinnig dat de helft van de populatie aan de zijlijn staat als het topfuncties betreft, terwijl op universiteiten meer vrouwen afstuderen dan mannen. Onderzoek wijst uit dat heterogene teams uiteindelijk beter presteren en creatiever en innovatiever zijn dan homogene teams. En dat er in homogene groepen een veel grotere kans is op wat gedragswetenschappers groepsdenken noemen. Het gevaar is dat een groep alleen zijn eigen (beperkte) waarheid ziet en ook de signalen van buitenaf niet waarneemt. Bij succes wordt dat groepsdenken versterkt en wordt de groep bevestigd in haar eigen gelijk en is er steeds minder neiging om naar mensen van buiten te luisteren.

Waar het om gaat is dat organisaties een gebalanceerde samenstelling hebben waarin iedereen welkom is en zichzelf mag zijn. 

Zelf ben ik op dit moment bezig met een actieonderzoek diversiteit en inclusie in de automotive industrie. Ook hier is het aandeel vrouwen in de top te laag. Het is boeiend om te zien, wat je tegenkomt als je er mee aan de slag gaat. Moeten we echt een streefcijfer hebben? Werkt dat niet averechts? Alleen vrouwen of ook multicultureel? Hoe vacatures doordrenkt zijn van taal die mannen aanspreekt. En hoe zo’n thema snel in de verdrukking raakt, in een resultaatgerichte omgeving.

Hoe zit dat bij ons, bij de Ooa? Hoe divers is ons vak en onze vereniging? In hoeverre zijn wij een afspiegeling van de samenleving? De vraag stellen, is hem ook beantwoorden. Als bestuur bestaan wij inmiddels uit meer vrouwen dan mannen (4 om 3). Maar in hoeverre zijn wij een afspiegeling van ons vak? Ik heb daar niet direct een antwoord op. Weliswaar is in onze vereniging de verdeling man/vrouw stabiel, maar er zijn relatief weinig jongeren en wij hebben ook weinig multiculturele leden. Een mooi thema om eens met elkaar over door te praten, lijkt me. Wat betekent diversiteit voor ons vak en onze vereniging? Is dat man/vrouw, jong/oud, groot kantoor/klein kantoor/zelfstandig/intern, NL/niet-NL, ras adviseur/zij instroom, modern/traditioneel etc.? Het komt aan de orde op onze bijeenkomst van 28 mei a.s. in Amersfoort, onder begeleiding van Aart Bontekoning.